Vierde Leo Herberghs Poëzieprijs

Vierde Leo Herberghs Poëzieprijs

Uitnodiging 
Juryrapport Ben Zwaal
Als laureaat voor de Leo Herberghs Poëzieprijs 2017 koos de jury unaniem voor de dichter B.Zwaal uit het waterwingebied van Nederland die na een DNA-test een natte bloedbroeder van Leo Herberghs blijkt te zijn.  En de jury kietelt zichzelf omdat hij zo mee zwemt op de golfslag van het behoud van het klimaat.
Hij dicht in ‘dat vat’
het water is gevat
niet in het sieraad
het is het water zelf
dat vat
Bij hem, zoals bij Leo, rijmt de onstuimige natuur i.c. de zee op verlegen makende zachte delen van het cultuurlandschap waarin de mens als individu aan de moederborst ligt. De natuur is meerduidig: ziet en wordt gezien.
B.Zwaal is een met Leo concurrerend woordminimalist  met veel zeer korte titelloze gedichten waarin hoofdletters en leestekens worden gemeden en ademhaling cruciaal is. U hoorde zojuist een voorbeeld. Ook creëert hij een volstrekt eigen woordenboek waarbij hij de spot- of glimlach niet schuwt en de fysieke liefde besluipt als een eeuwig jonge minnaar:  met woorden als rijmrok, bloosblank, zoetlip.
In: oever drinkt oever (2013)
de hemel is rukwind
bolt het dek op
bloosblank
zachte zoetlip
zoenige benen
onder rijmrok
oor komt
ter schelpe
het wemelt
Van Dale helpt niet de door uw pc roodonderstreepte woordjes correct te spellen.
‘oever drinkt oever’ begint evenals ‘fiere miniature’ zijn debuut uit 1984 met gedichten van één regel of enkele regels. Ik lees de eerste twee gedichten:
tij
grijst 
roei rivier
En dan na zeven van deze korte gedichten gaat op p. 16 de hemelpoort open met porta coeli. De eeuwig werkende Rotterdammer slaat zelfverzekerd rechtsaf bij GroenLinks.
porta coeli
extase
welvaart zoog
hoeve melkvloei
leeg
het scheur in
de tak botlek
over de maas
raast de waterweg
slepers pernissen
de tankers
olie slurpt holy
braakt super
fosfaat
longen
snuiven
rijnmonde
almonde
Ook de hemelpoort vecht om de gunsten van Rutte vs. Klaver.  Of om het poëtischer met Beckett te zeggen: All poetry is a prayer. 
Daarbij vergeleken zijn Sol LeWitt, Yves Klein en Jan Schoonhoven wildebrassen. Evenals de werken van deze minimalisten vragen zijn gedichten een uiterste aan concentratie en evenals deze schilders verrassen ze steeds uitdagender bij hernieuwde kennismaking.
B.Zwaal blijkt met zijn woordvondsten verwant aan Paul van Ostaijen  al besef ik dat dit contradictoir klinkt na de vorige opmerking. En blijkt nog meer verwant aan Dali die in één volstrekt nieuw beeld een eeuwige impressie realiseert door de volmaakte gerichtheid van zijn pijlen zoals Federico García Lorca dicht in zijn Ode aan Salvador Dali: ik bezing de volmaakte gerichtheid van je pijlen.
Een zeer typerend verschil tussen Leo en B.Zwaal is gelegen in het landschap dat beiden beminnen: het geweld en de weidse schoonheid van water die soms op je afstormen tegenover het stillere Limburgse landschap waarin de natuur schuil gaat tussen heuvels en ont-dekt wil worden. Beiden laten ervaren hoe schatrijk ons land is als je bereid bent kijkend en ademend te wandelen zeker als je je ook nog laat inspireren door beider poëzie. Hoe kun je bij stormweer de zee beter ervaren dan in B.Zwaals regel ‘zee kerkt / tegen rotsen’.  
B.Zwaal personifieert beelden en nog meer: hij biedt een meebewegend beeld. Hij was jarenlang directeur en vormgever van het bewegingstheater waarbij hij ook Heerlen bezocht. In die functie liet hij acteurs in een ruimte bewegen waarvan je als toeschouwer ineens en voor eeuwig zag welke lijnen die ruimte bepaalden. Dat vermogen beelden in beweging en beweging in beelden te creëren, buit hij uit in zijn poëzie. Hij zoekt daarin vat te krijgen op de ongrijpbare zee, en als ruimtevaarder op de talloze lijnen van een ruimte waarin je meent al heel lang elk detail te kennen.
Je zou Leo Herberghs een groene Limburger kunnen noemen en B.Zwaal een natte Hollander; beiden meesters in het gedicht van geringe omvang waarmee ze de onwaarschijnlijke grootsheid verwoorden van de omgeving waardoorheen ze wandelen en de lezer en wandelaar een échte bril van Pearl schenken, want pareltjes zijn hun gedichten.
Beiden kunnen ook ineens verrassen met schitterende en vaak bijzonder geestige allusies op de beweging van hun eigen lichaamsdelen. Zo wijdde Leo een zeer lang gedicht aan zijn  knie en koos B. Zwaal als beweger voor een JohanCruijffoverstapje dat die maakte in Spanje waardoor B.Zwaal het tv-beeld onjuist interpreteerde
nu het overstapje mislukt was
moest het been worden gerekt om
de nieuwe stappoging te doen slagen.
in pezen  en elastieken verpakt
bereikte dat been zo’n rekkracht
en stapkracht dat het in één keer
om de aarde terug was en zodoende
ondanks alle pogingen z’n plek bij wijze
spreken niet kon verlaten en met
lede ogen het overstapje moest opgeven.
Zou hij ergens een nr. 14 op zijn lichaam dragen waar alleen mevrouw Zwaal weet van heeft?
Het  januarinummer van de Gids is gewijd aan de Tropen. B.Zwaal laat zich als verstekeling op De Bontekoe meevoeren en verlegt in Java al zijn smaak-, geur- en taalgrenzen bij het zien en proeven van vrouwen en tropisch fruit. Hij is fijnproever, dichter, verliefde en Dali ineen. Het gedicht verrast met zijn onhollandse weelde. Doe uw ogen dicht, en meld u aan op 13 mei 1717 op De Bontekoe  waar u welkom wordt geheten door scheepsjongen Ben Zwaal die u na enige weken varen rondleidt op de fruitmarkt in Djakarta waarbij de verkoopsters en het fruit met elkaar in gesprek gaan. Open nu uw ogen en kijk tropisch verliefd naar uw partner. Ik lees een deel opdat u nieuwsgierig geworden, het hele gedicht opzoekt.
zoekend aan haar felle hart
plukkend
aan haar schoot
dorstend tot de lippen
woelend
naar een beet
van tand verlangend
rilden de vruchten
gaven zich over
bonkend onder slagen
van haar hart
een ijle
lichtschouderige bemanteling
valt over het tere vruchtbeginsel
maar ook
pal staande borsten verrijken de ogen
in het deldal is zij zo vrolijk
voor gulzig deinst zij niet terug
en is licht
stralend haar mond
Een echte Hollander zal bij het inzien van de bundels van Leo of B.Zwaal denken: ‘Moet ik zoveel geld betalen voor zoveel bijna lege pagina’s?’ Eenmaal verlost van die zuinigheid, ontdekt de bezitter van beider werk dat je het niet alleen kunt blíjven lezen, maar dat het steeds nieuwe bewegingen leert maken in en buiten jezelf en dat evenals in de natuur weinig alles blijkt te zijn. En verlaat deze zaal niet zonder een bundel van deze dichter te hebben gekocht.
De jury is dan ook gelukkig deze dichter een eeuwige plek te mogen geven in het landschap van Kunrade; een plek waarvoor hij over enkele minuten de regel leest die door Tycho Flore in zijn boomstam is gebeeldhouwd, een boomstam die gisteren precies op tijd zijn plaats opeiste. Ik durf er blindelings van uit te gaan dat hij er zich wel bevindt als Dionysos naast drie Gratiën: Kreek, Emma en Maria.
Namens de jury
van de Leo Herberghs Poëzieprijs:
Gert Boonekamp, voorzitter
Maastricht / Heerlen, 13 mei 2017
Ben Zwaal

Boom van Ben Zwaal

BEWTH

Misschien vindt u dit ook interessant

Back to Top